Alarm, algemene beschrijving

Excl. IL

Een geavanceerd alarmsysteem met afstandsbediening, speciaal ontwikkeld voor de auto.

Het alarmsysteem is volledig geïntegreerd in het elektrische systeem in de auto en is daardoor zeer betrouwbaar. Het alarm kan volgens de eisen van de markt worden geconfigureerd en voldoet aan alle wettelijke en door verzekeringsmaatschappijen gestelde eisen.

Gegevens en Voordelen

  • Er worden vanaf de afstandsbediening Roulerende codes verzonden om te voorkomen dat onbevoegden de sleutelcodes kopiëren.

  • De sleutel van de afstandsbediening activeert/deactiveert het alarm op het moment dat de auto wordt vergrendeld/ontgrendeld

  • Bereik 100 m.

  • Er wordt een knipperlichtsignaal gegeven bij de activering en deactivering van het alarm. De richtingaanwijzers van de auto lichten eenmaal op bij activering en tweemaal bij deactivering.

  • Safelock (BLL) wordt na 15 seconden geactiveerd wanneer de auto met behulp van de transpondersleutel wordt vergrendeld. (Niet standaard in alle landen.)

  • Alarmdiode. Wordt boven op het dashboard geplaatst. De alarmstatus wordt weergegeven op het informatiedisplay in het instrumentenpaneel. Voorbeeld: bij een geactiveerd alarm of storing

  • Paniekfunctie. In een noodgeval is het mogelijk om aandacht te trekken door op de rode knop op de afstandsbediening te drukken. Zowel het zichtbare als het hoorbare signaal worden geactiveerd. De normale claxon wordt gebruikt. De functie zit in het centrale vergrendelingssysteem van de auto. (Alleen bepaalde landen. Niet toegestaan in EU).

  • Tijdelijke ontkoppeling van sensors.

    Met behulp van de menu-instelling (car settings) op het dashboard worden de geïnstalleerde sensoren en BLL uitgeschakeld. Indien nodig, zie het instructieboekje van de auto.

    Wordt gebruikt om per ongeluk inschakelen van het alarm te voorkomen, bijvoorbeeld als men zijn hond in de wagen laat zitten of tijdens een overtocht met een veerboot.

  • Het alarm omzeilen. In geval van een storing of het verlies van de afstandsbediening kan de auto worden gestart en het alarm worden gedeactiveerd met de normale contactsleutel. Deactivering gebeurt wanneer het contactslot een goedgekeurde code van de transponder in de contactsleutel ontvangt.

  • Heractivering van het alarm vindt automatisch plaats, als niet binnen twee minuten na deactivering van het alarm via de transpondersleutel een portier of achterklep / kofferdeksel wordt geopend. Zo wordt onbedoelde deactivering van het alarm voorkomen.

  • Passieve activering. Nadat het contact is uitgeschakeld en het bestuurdersportier is geopend en gesloten, wordt het alarm automatisch geactiveerd. (Alleen bepaalde landen.)

  • Sensors. De volgende sensors kunnen op het alarmsysteem worden aangesloten, apart of in combinatie:

    - Een bewegingsmelder1 schakelt het alarm in wanneer er beweging wordt waargenomen in de passagiersruimte. Een nuttige aanvulling op de standaarduitrusting.

    - Niveausensor registreert hellingswijzigingen van de auto, bijvoorbeeld bij diefstal van wielen.

NB!

Het alarm wordt aangesloten met behulp van VIDA.

  1. Vereist IMS-prep
Laatst bijgewerkt: 4/24/2019